Preek themadienst 10 april 2005
Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Wat zou een niet-christen van je zeggen als hij of zij wist dat jij een christen bent? Deze vraag stelde ik pas geleden tijdens catechisatie. Een meisje antwoordde toen: "ik denk dat hij of zij zou zeggen: wat raar eigenlijk dat je in iets gelooft wat je niet kunt zien!" Geloven in iets wat je niet kunt zien… Het zou gezegd kunnen worden door iemand die de Heere God nog niet kent… Maar wij zouden het toch ook kunnen zeggen? Geloven is… geloven in iemand die je niet kunt zien maar die er wel is.

Het enige verschil is dat wij het misschien niet raar vinden. Nee. Raar vinden we het eigenlijk niet meer, we horen het iedere zondag en we ervaren het in ons dagelijks leven dat we geloven in een God die we niet met onze ogen kunnen aanschouwen.

Raar is het niet. Maar het kan soms wel ontzettend moeilijk zijn om te geloven met je hart terwijl je ogen niet zien. Het thema voor deze dienst is dan ook: moet ik zomaar blind geloven? Laten we eerlijk zijn tegen elkaar en gewoon eens tegen elkaar zeggen dat geloven niet altijd even makkelijk is. Durf het ook gewoon eens zo te zeggen. Want het stellen van deze vraag is in ieder geval een stuk eerlijker dan met deze vraag rond te lopen en hem niet te stellen. Je kan op twee manieren om deze vraag heen leven: door je een houding aan te meten van: het interesseert me allemaal toch niks, en door ontzettend fanatiek proberen toch te geloven en vooral maar heel veel dingen te doen. Op alle twee manieren loop je vroeg of laat vast in je leven.

Dus vanmiddag stellen we elkaar deze vraag. Of, beter gezegd, we stellen deze vraag aan God. Want we kunnen er met elkaar over spreken, maar Hij is uiteindelijk degene die het antwoord moet geven op die vraag: 'Moet ik zomaar blind geloven?' Als je met deze vraag rondloopt, dan moet je God ook de kans geven om te antwoorden. En daarin kunnen we niet om de Heere Jezus heen.

Want 2000 jaar geleden liepen mensen met exact dezelfde vragen op dit terrein rond als wij nu. Jezus kreeg een soortgelijke vraag van Judas.

Hij stelde deze vraag tijdens het laatste avondmaal voor het lijden en sterven van de Heere Jezus. Terwijl de ene Judas op weg was om Jezus te gaan verraden en zijn satanische werk te doen, stelde de andere Judas deze vraag: "Heere, wat is het, dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren, en niet aan de wereld?"

Judas zat met dezelfde vraag als die wij vandaag de dag nog kunnen hebben. Hoe zit dat precies, dat Jezus hier zegt zich alleen te openbaren aan hen die in Hem geloven. Als Hij zich in een keer aan alle mensen, aan heel de wereld, zou openbaren, zou het geloof dan niet veel eenvoudiger zijn? Als God zich nou eens aan iedereen liet zien? Dan hoeft niemand meer blind te geloven! Judas zijn vraag is eigenlijk ook onze vraag. En Jezus' antwoord is daarmee niet alleen het antwoord aan Judas 2000 jaar geleden, maar is ook Zijn antwoord aan ons, nu.

Judas stelt die vraag. En dan volgt het antwoord van Jezus.
"Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken" Jezus begint niet over zichzelf, waarom Hij zich niet openbaart. Hij begint ook geen redevoering over de wereld, waarom Hij zich niet aan hen openbaart, maar Hij spreekt Zijn discipelen aan. Hij legt hen uit hoe Hij zich aan hen kan openbaren. Judas wil weten hoe het zit met de openbaring van Jezus Christus aan ongelovige mensen, maar het antwoord gaat over hem zelf. Want hij is geen ander mens dan de mensen die Jezus niet mogen kennen. Judas zal er later achter komen dat het geloven in Jezus niet eenvoudig is. Hij zal later hetzelfde ervaren als wij nu. En zo spreekt hij ook u aan, en Hij spreekt jou aan. Het gaat niet over alle andere mensen en Jezus, maar het gaat over jou en Jezus.

"Als iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren" Daar begint Jezus mee.
Als je de Vader, de Zoon en de Geest wilt kennen, dan gaat het er allereerst om of dat je Jezus lief hebt.

Dat is een vraag die we elkaar best eens mogen stellen. Die we als ouders aan onze kinderen mogen stellen, of als kinderen aan onze ouders. Als ouderen onder elkaar, of als jongeren onder elkaar. Aan elkaar vragen of je Jezus liefhebt. Juist op dit punt kunnen we wel eens een drempel voelen. Als je hier een drempel voelt of schroom voelt, of als je je ervan schaamt, denk dan eens aan het volgende: zou God iets op deze vraag tegen hebben? Nee toch! Hij heeft niets liever dan dat mensen over zijn Zoon praten en elkaar vragen wat Hij voor hen betekent. Want Hij heeft zelf Zijn Zoon zo ontzettend lief. En Hij heeft ook de wereld lief, lees Johannes drie vers 16 maar: alzo lief had God de wereld dat hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar het eeuwige leven hebbe. En Hij heeft niets liever dan dat die wereld ook Zijn Zoon lief heeft. Want Hij heeft zichzelf geopenbaard in Zijn Zoon. In Jezus zien we hoe de Vader is.

Als we op dit terrein onze kaken stijf op elkaar houden en het nooit hebben over deze vraag, dan zou het wel eens zo kunnen zijn dat de satan in zijn vuistje lacht. Want Hij is degene die het hier liever niet over heeft. Hij denkt: ze mogen over allerlei dingen praten in het geloof, maar ze mogen het vooral niet over Jezus hebben. Nee, laat ze maar vooral denken dat ze niet kunnen geloven… en laat ze elkaar daar maar vooral in bevestigen. "moeilijk he? Nou, moeilijk…"

Dus praat erover met elkaar, en stel jezelf ook de vraag: "Wie is de Heere Jezus voor jou, heb je Hem lief?" Denk daar nu eens over na voor jezelf? Want het gaat om jou en om Jezus. Heb je Hem lief? Hier draait heel je leven om, om deze vraag! Het is de belangrijkste vraag uit je leven. Denk er eens over na…

(rust)

Dan mogen we nu nog een stap verder zetten. Want Jezus zegt nog meer. Hij spreekt met twee woorden: "Zo iemand mij liefheeft, die zal mijn woord bewaren".

Jongens en meisjes, als er nieuwe mensen komen wonen in de straat, dan zie je het vaak zo aan het huis. Soms hebben de nieuwe bewoners een hele andere smaak dan de oude. In de voortuin moet bijvoorbeeld een grasveld wijken voor een stel grindtegels,dat is wel zo praktisch… En misschien hadden de vorige buren wel allemaal planten in de ramen staan, maar nemen de nieuwe buren lamellen of plakken ze zo'n band over het raam zodat je niet naar binnen kan kijken. Of misschien breken ze eerst het hele huis van binnen leeg om het daarna weer langzaam aan op te gaan bouwen.
Wat wil dit nou zeggen: nou, als er nieuwe bewoners in een huis komen wonen, dan zul je dat aan de buitenkant van het huis kunnen zien. Het zou wat zijn als dat niet zo was! Dat het hele huis zo zou blijven als het was, inclusief het bankstel en de lakens op de bedden. Nee, als er nieuwe bewoners zijn, gaat het huis er onherroepelijk anders uit zien.

Zo is het ook als een mens uit genade de Heere Jezus heeft mogen lief krijgen. Dat moet je wel aan de buitenkant zien, dat kan niet anders! Want wie de Heere Jezus liefheeft, wil ook op Hem lijken. En dat betekent: alle oude bende van de vorige bewoners uit het huis. Grote schoonmaak! Weg met die zonde uit je leven! De wil van de Vader doen! Net als Jezus!

Jezus heeft ons ook laten zien dat de wet van God goed is, volmaakt en rechtvaardig. Hij heeft als enige die wet tot het einde toe vervuld. En Hij vat de wet samen en geeft het aan ons. Johannes 13:34 daar staat: "Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt. Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander."

Dat is het woord van Jezus dat je moet bewaren. Die twee grote geboden waarin de wet van God samengevat wordt: God lief hebben boven alles en de naaste als jezelf.

Het woord van Jezus bewaren, je zou het kunnen vertalen als: bewaken. Het woord van Jezus bewaken. Bewaken tegen anderen, maar vooral ook bewaken tegen jezelf. Daar begint alles, bij jezelf. Het bewaken van Jezus woorden begint in je eigen leven.

En dat is ook een manier waarop de Heere zich in deze wereld kan openbaren. Door ons handelen heen. Dat we in alle gebrekkigheid hoe langer hoe meer naar het evenbeeld van God gelijk worden, zoals de Heidelberger Catechismus spreekt. Als je Jezus liefhebt, dan is dat te merken in je handelen, en kunnen mensen die niet geloven dat aan je zien. Je kunt het ook omdraaien: als je de geboden van Jezus niet bewaart, en het doet je geen pijn als je tegen Gods wil in gaat, heb je Hem dan wel lief?

Hoe is het dan te zien aan ons handelen? Om maar een paar dingen te noemen: dat je niet steelt, niet vloekt, liefde hebt voor de mensen om je heen, hoe ze er ook uitzien, hoe raar ze zich ook gedragen, dat je je ellebogen niet gebruikt om iets te bereiken in deze wereld, dat je niet roddelt en leugens verspreidt. Dat je je geen zorgen maakt, maar alles iedere dag van je Hemelse Vader verwacht en op Hem vertrouwt! Dat als de Bijbel zegt dat een christen zich niet te buiten gaat aan alcohol, dat je dat dan ook serieus neemt. Dat je zorgt dat je zondagochtend helder in de kerk zit omdat God je wil ontmoeten.

Dan zullen mensen iets aan je zien en zich afvragen waar dat leven vandaan komt.

Wij kunnen tegenwoordig de dingen zo goed scheiden. "Ja, ik geloof wel, ik heb de Heere Jezus wel lief, maarre… ik zie niet in waarom dat iets te zeggen zou hebben over… en dan kun je misschien wel zelf iets invullen… ik noem een aantal dingen. Dat ik Jezus liefheb zegt in mijn dagelijks leven niet over… mijn uitgaansgedrag, de manier waarop ik mijn geld verdien, de manier waarop ik mijn geld besteed, de manier waarop ik mijn vrije tijd invul, de manier waarop ik met die ene verschrikkelijk vervelende man of vrouw omga, de manier waarop ik persoonlijke informatie doorvertel aan anderen (roddelen dus), de manier waarop ik mij gedraag tegenover mijn ouders…

Zappen… We kunnen het maar al te goed op de tv, maar in ons leven ook. Op het ene moment belijden dat je Jezus lief hebt en er vervolgens gewoon aan voorbij leven. Op basis van deze tekst moet het gezegd worden… je kunt het volhouden hoor… maar Jezus zul je er niet mee leren kennen en als je het echt stug volhoudt zal het uiteindelijk verschrikkelijke gevolgen hebben. Want dan zal uiteindelijk blijken dat je niet bij God hebt gehoord maar dat je uiteindelijk gewoon in de wereld hebt geleefd.
En weet u, mensen die niet geloven, die voelen haarfijn aan waar een christen omheen draait in zijn of haar leven. Wij kunnen er de meest prachtige theorieën over bedenken waarom iets wel zou kunnen, maar iemand die niet gelooft die ziet het gebeuren en die zegt: moet je nou toch kijken… die gelooft in God… die beweert een volgeling van Jezus te zijn… maar… geloof jij het?

Zeg nou zelf… Zou u geloven dat die man tegenover u in de straat een gediplomeerd tuinman is terwijl in zijn voortuin het onkruid manshoog staat? En dat hij u met een stalen gezicht staat te vertellen dat die brandnetels die u bij hem in de voortuin ziet staan daar best mogen staan omdat het eigenlijk geen echte brandnetels zijn? Zou u deze man inschakelen om uw tuin te doen? Ik zou een ander bellen.

Jezus vraagt ons zijn woord te bewaren… Maar dat is moeilijk! Welk mens kan dat ooit? Dan loop je toch iedere dag tegen jezelf op?

Misschien denkt u wel: ik wil inderdaad de Heere leren kennen. En Hem liefhebben. Maar het gebod van Jezus bewaken? Als dat bewaken betekent dat iedere zonde mij verder van Jezus af brengt, dan lukt het me nooit!

En toch. Jezus kan het zeggen. Want Hij is Gods zoon. Hij is onze toegang tot de Vader. Hij heeft de wet tot het einde toe bewaard. Tot de dood aan het kruis toe heeft Hij de wil van de Vader volbracht! En daarin heeft Hij ook onze onvolmaaktheid gedragen. Ons falen is met Hem aan het kruis gegaan.

Wij hoeven de nabijheid van God en Zijn liefde niet meer te verdienen door een zondeloos leven. Als we dat denken, dan hebben we nog niets begrepen van wie de Heere Jezus eigenlijk is. Alleen Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven.

En daarom kan Hij dat zeggen: "indien iemand Mij liefheeft, die zal mijn woord bewaren"

Want onze liefde onze liefde komt niet zomaar in ons hart op, maar is een antwoord op Zijn liefde. En dat wij Zijn woord mogen bewaren, houdt in dat we dat mogen doen omdat Hij alles al heeft volbracht. Als Jezus ons vraagt om Zijn woord te bewaren, bedoelt Hij uiteindelijk niet alleen de wet. Het woord dat we moeten bewaren als we Jezus liefhebben is ook het verlossende Woord dat Hij gesproken heeft, namelijk dat wij alleen door Jezus kinderen van God mogen worden. Het woord dat Jezus gesproken heeft is ook het woord van onze verlossing. Het woord van onze vrijspraak.

En op basis van dat woord van Christus zelf mogen we het iedere dag weer met Hem wagen. En dan zullen we iedere dag weer leren dat we zelf tot niets in staat zijn en dat we zonder Jezus niets kunnen doen. En dat Hij iedere keer onze zonden wil vergeven als wij ze belijden. Maar dan moeten we er wel mee voor de dag komen.

We nemen nog een keer die vraag van Judas in gedachten: "Heere, wat is het , dat Gij uzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?" Die vraag die ook onze vraag blijkt te zijn.

De Heere Jezus heeft uitgelegd dat Hij zich zal openbaren aan degenen die Hem liefhebben en Zijn woord bewaren. Dat is de kant van de mens.

En nu richt Jezus onze blik op God. Want God zelf nadert tot ons als we tot Hem naderen. Wij kijken ons vaak stuk op het gedeelte wat van ons gevraagd wordt. Maar wat Jezus ons nu gaat uitleggen is nog veel wonderlijker dan dat.

Hij zegt: "mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken".

We kijken eerst naar wat het betekent: "mijn Vader zal hem liefhebben".

Eerst wat het vooral niet betekent. Het betekent vooral niet dat God de Vader een mens niet liefheeft voordat hij of zij zich tot God keert. Denk dat nooit. Dat er een moment in je leven is geweest waarop God niet van je heeft gehouden. Zelfs als wij ons van Hem afkeren en als het ware de deur van ons leven voor hem dichtsmijten, dan nog blijft Zijn hart vervuld van liefde.

Je kunt dus nooit zeggen dat God nooit van je heeft gehouden. Dat er een moment in je leven is geweest dat Hij er niet was. Want op het moment dat u nog niets besefte en nog dood was door de zonde gaf Hij uit liefde Zijn Zoon voor jou. Als jij van jezelf denkt dat er niemand is die van je houdt, zelfs God niet, dan is dat niet waar. Dat is een grote leugen die bewust in je oor gefluisterd wordt om je vooral ver bij God vandaan te houden. Je teleurstelling in mensen moet je niet projecteren op God. Want Hem hebben we gelukkig anders leren kennen in de Heere Jezus.

Wat wil Jezus er dan wel mee zeggen… "Mijn Vader zal Hem liefhebben"?

Dat de Vader er een welbehagen in heeft als wij Zijn Zoon liefhebben. Of anders gezegd, hij is er, zacht uitgedrukt, ontzettend gelukkig mee. Het wekt Zijn liefde op. De Vader heeft Zijn Zoon gegeven opdat wij in Hem zouden geloven en op die manier weer tot de Vader zouden kunnen gaan. En als Hij inderdaad ziet dat een mensenkind inderdaad Zijn Zoon lief krijgt, dan vervult Hem dat met vreugde.

En dan zet Jezus nog een stap verder. Het laatste gedeelte van het vers luidt: "en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken."

De liefde van de Vader toont zich ook in Zijn nabijheid. Als God mensen lief heeft, dan blijft Hij niet op een afstandje staan, dan komt Hij naar ons toe. De Vader en de Zoon en de Heilige Geest zullen komen bij een ieder die de Heere Jezus lief heeft gekregen en die niet meer zonder Hem kan. Dat is wat, dat is iets geweldigs! Dat God bij ons komt wonen. Dat Hij bij ons wil blijven! En dat niet een eindje uit de buurt, maar bij ons en in ons!

En op deze manier is de Heere Jezus dichterbij dan dat Hij ooit geweest is. Hij is op dit moment dichterbij dan Hij ooit was toen Hij als mens hier op aarde rondwandelde, ook al zie je Hem niet. De Heere Jezus laat in dit vers zien dat we de Vader, de Zoon en de Heilige Geest wel kunnen onderscheiden, maar nooit kunnen scheiden. Waar de Geest is, daar is de Vader. En waar de Geest is, daar is de Zoon. Ik las ergens: het gedrang om Jezus werd te groot toen Hij hier op aarde was. Wat wordt hiermee bedoeld?

Toen Jezus nog op aarde was hij een mens. De Zoon van God werd een mensenzoon. En Hij bracht het evangelie, het Woord van God dat Hij zelf ook was. Iedereen dromde samen om Jezus en wilde Hem horen en hem tekenen zien doen. En Jezus liet hen zien dat Hij echt de Zoon van God is. Met zo'n houding kunnen wij trouwens tegenwoordig ook in de Bijbel lezen en naar preken luisteren, als geïnteresseerde toeschouwers. Maar Jezus kon een ding niet: de mensen veranderen van binnenuit. Daarvoor moest de Geest komen. En na de komst van de Trooster woont God in mensen. Door de Geest komen de Vader en de Zoon bij mensen wonen.

In het gedeelte voor onze tekst geeft Jezus die belofte van de Geest van de Waarheid. Hij noemt hem ook de Trooster, of de Heilige Geest. Hij zegt: ik zal weggaan, ik zal jullie geen wezen laten. Jezus heeft ons nooit verlaten na zijn opstanding en hemelvaart. Door Zijn Geest is Hij alleen nog maar dichterbij gekomen.

Zó dichtbij is God bij hen die zijn Zoon liefhebben en Zijn gebod bewaren.
Dan kan de wereld zeggen: ik zie er niets van hoor! Wat raar dat je in iets gelooft wat je niet kunt zien. En dan kunnen wij zeggen: "moet ik zomaar blind geloven?"

Nee, je hoeft niet blind te geloven. Dat is het antwoord op de vraag. De Vader en de Zoon en de Heilige Geest zijn dichterbij dan een mens ooit kan komen. Als onderpand voor die grote toekomst. De Geest, de Trooster woont namelijk in een ieder die Jezus liefheeft en zijn woorden bewaart. En door de Geest wonen ook de Vader en de Zoon in jou als je gelooft. En dat zeggen we niet zomaar, uit de lucht gegrepen, maar we mogen het zeggen op basis van deze belofte die Jezus Christus hier zelf geeft.

Ook al kun je dit wonder vaak zelf amper bevatten en valt twijfel je vaak aan.Je mag en je moet het weten, dat de Heere Jezus op dit moment dichterbij is dan dat Hij ooit is geweest. Hij wil niet alleen naast je staan, maar door Zijn Geest ook in je wonen. En hoe je dat mag weten? Met je ogen dicht en je hart geopend. Als je iedere dag weer een moment vrij maakt om in de Bijbel te lezen en om God te aanbidden. Om contact te hebben met je hemelse Vader. Want hoe kun je Jezus liefhebben en Zijn woord bewaren als je niet weet wat het woord van Jezus nou eigenlijk is? Goed, je denkt het misschien te weten, maar dat is wat anders…

Als je Jezus lief hebt en Zijn woord bewaart dan mag je weten dat God in je woont. En op deze manier gaan al die beloftes in het Oude Testament in vervulling, waaronder de profetie uit Zacharia die we lazen, dat God temidden van Zijn volk zal wonen. En ze gaan in vervulling op een hele wonderlijke manier. Want met het Pinksterfeest woont God niet meer onder de mensen in een huis van steen, maar maakt hij woning bij en in de mensen. God neemt er geen genoegen mee om drie straten verderop in een tempel of in een kerk te wonen. Hij wil in ons wonen. Hij wil het zelfs zo graag dat Hij zijn eigen Zoon ervoor over had. Wij hoeven niet meer op te gaan naar de tempel in Jeruzalem om God te ontmoeten, want de Heere is al naar ons toegekomen.
Het gaat om jou en Jezus. Je kunt je niet verschuilen achter anderen of achter excuses. Jezus spreekt je heel persoonlijk aan. Want Hij leeft en Hij is opgestaan. En Hij is nu ook hier aanwezig. We hebben erom gebeden. Zo zegt Jezus tegen u en jou die woorden die Hij als verheven Christus tegen de gemeente de Laodicea sprak:

"Zie, ik sta aan de deur, en ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen, en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen, en ik zal met hem avondmaal houden, en hij met Mij."

Je kunt Jezus inderdaad niet zien. Je gelooft inderdaad in Iemand, en niet in zomaar iets die je niet direct met je ogen kunt zien. Maar heb je al doorgekregen hoe dichtbij Hij is? Zo'n klein stukje bij je vandaan, en Hij klopt op de deur van je levenshuis. Hij zal de deur nooit intrappen. Maar Hij wacht tot u, tot jij antwoordt met liefde op Zijn liefde.

En als je de Heere Jezus uit genade al lief hebt mogen krijgen, weet dan dat Hij heel dichtbij is. Dichterbij dan een schepsel ooit komen kan. Hij woont in je. In een wereld waarin alles draait om zien en alles in handen hebben is dat alles behalve vanzelfsprekend. Maar het is wel een machtige belofte en wetenschap. Een wetenschap die we nooit helemaal zullen kunnen doorgronden zolang we hierop Het is een geheimenis waar we uiteindelijk alleen maar dankbaar voor kunnen zijn.

Laten we Hem dan om dat geheimenis eeuwig danken!

Amen.