Preek themadienst 12 juni 2005
Tekst : Markus 16 : 9-20; Jakobus 5 : 7-17

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Wonderen, in de voorbespreking van de themadienstcommissie was de keuze snel gemaakt, over wonderen moest het gaan in de themadienst.
Maar, waar hebben we het over als we aan wonderen denken?
We kunnen het als een wonder beschouwen dat God ons deze dag geeft.
Dat geldt trouwens ook voor het feit dat u hier vanmiddag met zovelen aanwezig bent.
Een wonder, dat jij vanmiddag hier in de kerk zit.
Velen vinden dat er wel aantrekkelijker plekken zijn om je tijd door te brengen.
Je bent er, fijn is dat.
Ik hoop dat je het goed zult hebben vanmiddag.
Een nog groter wonder is het, dat God vanmiddag tot u, tot jou wil spreken.
Dat Hij oog voor ons heeft.
Sterker nog: dat zijn hart naar ons uitgaat.
Dat Hij door zijn Woord en Geest dichtbij, ja zelfs in ons wil komen.
Wat een wonder dat Hij in Jezus Christus bezit wil nemen van ons vuile leven.
Wat een wonder dat Hij daar zijn eniggeboren Zoon voor over had.
En zo kan ik nog wel even doorgaan.
Wonderen, je ziet ze in de natuur.
Wonderen, je ziet ze in de cultuur.
Wonderen, je ziet ze in de geschiedenis.
Wonderen, je ziet ze in je eigen leven.
Tenminste, als we die wonderen nog wel als wonderen herkennen.
't Kan ook zijn, dat we dat alles als gewoon zijn gaan beschouwen, als vanzelfsprekend.
We benoemen het dan niet meer als wonderen.
Wonderen, volgens de bijbelse encyclopedie, moeten we dit onder een wonder verstaan:
–gebeurtenissen in de stoffelijke wereld, welke soms plaats hebben buiten de werking van de bekende wetten om;
–gebeurtenissen waarin de gelovige mens de hand van God opmerkt.
In de voorbeelden die ik tot nu toe genoemd heb, ging het m.n. over dat tweede aspect.
Het bovennatuurlijke (God) breekt door in het natuurlijke (mens).
Vanmiddag gaat het over tegennatuurlijke, onverklaarbare gebeurtenissen en de manier waarop de hand van God daar mee te maken heeft, of niet.

Tegennatuurlijke, onverklaarbare dingen.
Er gebeuren zoveel tegennatuurlijke, onverklaarbare dingen tussen hemel en aarde, dat het onmogelijk is om alles vanmiddag aan de orde te stellen.
Ik zal me daarom ook beperken.
Als het gaat om wonderen in de Bijbel, dan betreft het in de meeste gevallen wonderen van genezing.
Dat aspect, wat ook in de voorbespreking aan de orde kwam, licht ik er vanmiddag uit.
Genezing en de rol van het gebed daarin.
Tegelijk besef ik, dat het thema van vanmiddag, 'alles kan voor wie gelooft', voor een aantal van u heel gevoelig ligt.
Ik hoop daar in deze dienst ook aandacht aan te schenken.

'Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft'.
Aan de muur van een sporthal, ergens in het noorden van het land, hangt een groot spandoek met die woorden erop.
Tot de laatste plaats zijn de stoelen bezet.
Er wordt hard en enthousiast gezongen.
Allen wachten gespannen op de dingen die komen gaan want er is die avond een bekende gebedsgenezer aanwezig.
Hij heeft voor drie avonden de sporthal afgehuurd, en ... zo belooft hij, voordat die drie avonden om zijn, zal ik met een ieder van u bidden.
Eerst zijn de reuma patienten aan de beurt.
Job komt naar voren.
Hij heeft al jaren veel gewrichtspijn.
Zijlstra bidt: 'reuma wordt vernietigd'.
Job is verbijsterd: 'ik voel niks meer'.
De hele avond gaat het zo door.
De meest uiteenlopende ziekten komen aan bod.

Gebedsgenezing.
Massale bijeenkomsten waar gebedsgenezers mensen weer hoop geven.
Zieken die uit alle hoeken van het land zich tot gebedsgenezers wenden in een laatste poging tot herstel.
Wat moet je er mee aan?
Wat moeten we met zaken als TB Joshua, Zijlstra en de Stolwijkse revival?
Kan het ... mag het?
Is het betrouwbaar of moeten we er sceptisch tegenover staan?
Vragen waar maar niet zo 1,2,3 een antwoord op gegeven kan worden.
In ieder geval kunnen we er dit over zeggen: wij zijn het niet zo gewend, directe genezing op het gebed.
Wonderen, genezingen, we vinden het meer iets voor zweverige groepen en healers.
Alles kan voor wie gelooft.
Vanmiddag wil ik n.a.v. Jakobus 5, met u/jullie daar over nadenken.

De tekst welke vanmiddag centraal staat, vormt voor gebedsgenezers het uitgangspunt voor hun dienst van genezing.
Misschien zeg je : niks mis mee, toch, wanneer je van de Bijbel uitgaat?!
Op het eerste gezicht is dat ook zo.
Verschil maakt het wel hoe je een bijbeltekst uitlegt.
Laten we horen wat Jakobus ons te zeggen heeft.
“Is er iemand onder u die ziek is?
Laat hij/zij dan de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen”.
Dat is verrassend, want zeg nou zelf: daar zit je toch niet gelijk aan te denken als je ziek bent, om de ouderlingen van de gemeente te roepen.
Nee, als je ziek bent grijp je naar de medicijnkast of je consulteert een dokter.
Ik zeg ook niet dat je dat niet moet doen.
Maar, hierover nadenkend, versterkt door een recent voorval (dat zal ik u zo vertellen) dacht ik wel: net als veel andere dingen van ons dagelijks leven zijn ook gezondheid en ziekte behoorlijk los komen staan van het geloof.
Als je griep hebt, ga je dan bidden of de Here je weer beter wil maken?
Ik denk dat de meesten eerst een paracetamolletje nemen.

Of als je chronische hoofdpijn- of darmklachten hebt, leg je die dan voor aan de Here met de bede of Hij je ervan wil genezen?
Ik denk dat heel veel mensen eerst heel wat afdokteren en allerlei middeltjes gebruiken voordat er aan gedacht wordt om er gebed voor te vragen.
Wie roept er nu de ouderlingen van de gemeente bij?
Hoogstens bij een heel ernstige ziekte, als er geopereerd moet worden of als er een ingrijpende behandeling moet plaatsvinden.
In andere culturen is dat heel anders.
En dan kom ik op dat voorval wat ik u nog zou vertellen.
Vorige maand is mijn zwager naar Ethiopie geweest voor een bezoek aan een christelijke leefgemeenschap waar hij banden mee heeft.
Het was geen vakantie maar meer een werkbezoek.
Op de laatste avond waarop hij en mijn andere zwager daar waren, kregen ze een uitgebreid afscheidsmaal aangeboden.
Uit dankbaarheid voor al het verichtte werk.
Zo'n gebaar van gastvrijheid kun je toch niet weigeren?!
Nu is het zo dat men het in die landen over het algemeen wat minder nauw neemt met de hygiene.
Inlandse bewoners zijn veelal immuun geworden voor diverse soorten bacterien maar als westerling ligt dan anders.
Mijn zwager kreeg prompt last van zijn buik en werd zodanig ziek dat hij zijn bed verkoos boven het Ethiopische gezelschap.
Niet lang daarna stond de plaatselijke predikant met een aantal ouderlingen rondom zijn bed om voor hem te bidden.
In luide, onverstaanbare bewoordingen, baden zij voor zijn gezondheid.
In die cultuur zijn godsdienst en gezondheidszorg, geloof en gebed zo met elkaar verweven dat Jakobus aanbeveling vanzelfsprekend is.
Dat zijn wij, in onze moderne samenleving wat kwijt geraakt.
Daarbij komt dat onze maatschappij op en top een gezondheidsmaatschappij is.
Alles draait om gezond zijn en er goed uitzien (reclame; looking-good).
Ziekte, pijn en lijden mogen niet voorkomen en moeten zo snel mogelijk worden uitgebannen.
En daarmee ga je er aan voorbij dat ziekte, handicap en lijden ook een bepaalde betekenis, een bepaalde bedoeling kunnen hebben.
Ik kom daar straks nog op terug.

Jakobus roept zijn hoorders/lezers op om naar de ouderlingen van de gemeente te gaan.
Die aanbeveling heeft in die tijd ook te maken met de verzoeking die er uitgaat van de dienaren van Asklepios, de god van de geneeskunde.
Jakobus wil niet dat de gemeenteleden hun heil zoeken bij heidense tovenaars.
Toen niet en ook nu niet.
Want ze zijn er nog steeds: heidense tovenaars.
Zij doen zich voor als dienaren van God.
In massale bijeenkomsten verrichten ze wonderbaarlijke genezingen.
Maar de voorbeelden zijn talloos van hen die genezen werden van hun kwaal maar vervolgens geconfronteerd werden met een andere kwaal.
Deze 'gebedgenezers' zijn wolven in schaapskleren.
Daarom zijn ze niet makkelijk te herkennen.
Daarom is het ook niet makkelijk te beoordelen of de wonderen die ze verrichten uit God zijn of uit de tegenstander van God.
De satan doet ook wonderen en tekenen.
We kunnen daarbij denken aan de priesters aan het hof van Farao die in staat waren om Gods wonderen, gedaan middels de hand van Mozes, na te bootsen.
Of de boze geest die het wonder van waarzegging gaf aan die vrouw in Filippi.
Hoe toets je het, of een wonder uit God is of niet.
Markus vermeldt ons in zijn Evangelie dat gelovigen uitgaan om de goede boodschap van Jezus Christus te verkodigen.
En Hij, de Here, bevestigt het Woord door tekenen.
Tekenen, wonderen, ze zijn bevestigingen van het Woord.
Wanneer er wonderen gebeuren zonder dat daar het Evangelie een plaats heeft gekregen, kun je je afvragen of het wonder uit God is.
In de tweede plaats wil ik u wijzen op de genezing van de kreupele door Petrus en Johannes (Hand.3).
Petrus zegt: “zilver en goud heb ik niet, maar hetgeen ik heb, GEEF ik u, in de naam van Jezus Christus, sta op en wandel”.
Genezing is een geschenk.
Genezing is genade Gods.
Wanneer je entree moet betalen voor een genezingsdienst, kun je je afvragen of het wonder uit God is.
Wanneer de gebedsgenezer er op één of andere manier financieel beter van wordt, kun je je vraagtekens zetten bij zijn 'ten dienste staan aan God'.
Jakobus wil niet dat de gemeenteleden hun heil zoeken bij heidense tovenaars maar dat zij hun genezing van de Here verwachten.
Dat betekent niet dat alles dokters ingeruild kunnen worden voor dominees.
Dat betekent ook niet dat medicijnen overboord kunnen om plaats te maken voor gebed.
Dan krijg je toestanden ala Sylvia Millecamp of die mevrouw die aan borstkanker overleed omdat broeder Heinrich uit Heinenoord eiste dat zij zou stoppen met medicatie.
Hij zou wel voor haar bidden.
Nee, zo niet.
Laten we er dankbaar voor zijn dat de geneeskunde in ons land hoog ontwikkeld is.
Laten we dankbaar zijn dat er goede medicijnen en behandelingen zijn.
Is er iemand ziek onder u, roep de ouderlingen dat zij voor hem/haar bidden.
De ouderlingen.
Waarom zij?
Hebben zij de speciale gave van genezing ontvangen?
Nee, dat niet.
Maar toch, de ouderlingen.
Zij zijn het die de vertegenwoordiging vormen van de christelijke gemeente.
Zij zijn het, als ouderling een middel in dienst van de Heilige Geest om gelovigen te helpen en te ondersteunen.
De ouderlingen (mv).
Zij mogen voor de zieke bidden:
een gebedsgenezingsdienst in de vertrouwde kring van de eigen, kerkelijke gemeente.
Terecht stelt de voorbereidingscommissie de vraag:
heeft de gemeente een verantwoordelijkheid als het gaat om gebed?
Ik denk dat we daar volmondig 'ja' op moeten zeggen.
In eerste instantie de ouderlingen, maar ook de gelovigen, zij die staan in het ambt der gelovigen.
Hoevele malen, zowel in het Oude- als in het Nieuwe Testament, roept de Here de gemeente op om Zijn naam aan te roepen:
eist van Mij vrijmoedig;
bidt en u zal gegeven worden;
wie Hem aamroept in de nood, vindt Zijn gunst oneindig groot.
Doen we dat niet veel te weinig, met en voor elkaar bidden?
Is er iemand onder u die ziek is, lichamelijk, geestelijk of psychisch?
Is er iemand onder u die geslagen door het leven gaat?
Is er iemand onder u die nauwelijks kracht heeft om het leven aan te kunnen?
Is er iemand onder u die lijdt?
Dat hij/zij tot zich roepe de ouderlingen van de gemeente, dat zij over hem/haar bidde!
Nee, niet perse tijdens massale bijeenkomsten waar sensatiezucht op de loer ligt, waar één enkel persoon de aandacht naar zich toe trekt.
De ouderlingen, representanten van Gods gemeente.
Je ziet in Jakobus 5 precies het omgekeerde gebeuren als in diverse gebedsgenezingsdiensten.
Daar gaat het initiatief van de gebedsgenezer uit, terwijl de Bijbel leert dat de zieke in geloof het besluit moet nemen om de ouderlingen bij zich te roepen.
Alle aandacht gaat naar de gebedsgenezer.
Ondanks beweringen dat ze niet zelf in het middelpunt willen staan, richt toch alle aandacht zich op de gebedsgenezer.
Daar komen de zieken voor.
Op hem/haar hebben ze hun hoop gevestigd.
Het gevaar is aanwezig dat de grote Heelmeester Zelf, Jezus Christus, Zijn centrale positie verliest.
Zo heb ik vanuit Jakobus 5 wat kritische (niet afkeurende!) noties gezet bij gebedsgenezers en hun manier van handelen.
Dat betekent overigens niet dat God anno 2005 niet meer geneest door gebed.
Waar het Jakobus om gaat is de gerichtheid.
Waar vertrouw je op?
Waar verwacht je genezing van?
Beter gezegd: op wie vertrouw je, van wie verwacht je genezing?
En .. welke plaats krijgt het gebed in je ziek zijn en breder getrokken in je dagelijks leven?
Begin je ermee, is het een sluitstuk of zelfs een laatste strohalm?
Denk daar eens over na wanneer het moeilijk is in je leven of wanneer je voor ingrijpende beslissingen/keuze's staat.
Bij Jakobus is het bidden een belangrijk thema.
Het gaat om het gelovige gebed.
Een gelovig gebed is een gebed wat zich richt op de belovende God.
We mogen bidden om zaken die Hij beloofd heeft.
En, om dat te kunnen bidden, is het nodig om God te kennen en te weten wat Hij belooft.
Daarbij is de intentie van ons hart van het grootste belang.
Waar bidt je om?
Wat wil je ermee bereiken?
Gaat het daarbij om je eigen genoegens en verlangens of heb je een leven in wijsheid en toewijding aan God op het oog?
Een gelovig gebed.
Nee, dat is niet een volmaakt gebed.
Het is een gebed waarin we ons oprechte en diepe vertrouwen in de Here uitspreken.
Het is een gebed waarin we ons aan Hem toevertrouwen, gelovend dat Hij zijn werk zal doen.

En dan mogen we dat ook volledig aan Hem overlaten zonder dat wij Hem voorzetten geven in de richting van onze oplossingen.
De ouderlingen.
Zij zullen voor de zieke bidden.
Maar dat staat er niet, er staat: ze zullen OVER hem/haar bidden.
Hier kan bedoeld worden wat Jezus met betrekking tot de gelovigen profeteert in Markus 16: 'op zieken zullen zij de handen leggen'.
Blijkbaar hoort de handoplegging bij de ambtsbediening.
We kennen de handoplegging bij het uitspreken van de zegen tijdens een huwelijksvoltrekking bij bevestiging van ambtsdragers of nieuwe lidmaten.
Een symbolisch teken van gemeenschap en zegen.
Verder wordt door handoplegging de Heilige Geest overgedragen.
In Handelingen 6 bijv worden diakenen in de gemeente aangesteld onder handoplegging.
Daarnaast geneest Jezus vaak door het opleggen van handen.
Er gaat een helende, heilzame werking van uit.
Deze betekenissen gelden ook voor de zalving van zieken.
Het is waar, lange tijd is er niet zoveel behoefte geweest aan die symbolische handelingen van handoplegging en ziekenzalving.
Maar juist in onze tijd is er wel weer behoefte aan dergelijke rituelen, zulke tekens.
En ... laten we eerlijk zijn, ze zijn niet onbijbels (gespreksonderwerp kerkenraad?!).
Maar, en daar gaat het om, het zijn tekenen die bij het gebed horen.
Het zijn symbolische handelingen die voor een zieke een geweldige meerwaarde kunnen hebben maar die tegelijkertijd voor God niet noodzakelijk zijn voor genezing.
Dat is het gebed wel.
Het gebed des geloofs zal de zieke behouden en de Here zal hem oprichten.
Hier gaat het over de uitwerking van het gebed.
En die is tweeërlei: behoudenis, oprichten.
Dat woordje 'behoudenis' heeft meerde betekenissen, o.a. genezen.
Genezing op het gebed.
Wat zou dat geweldig zijn, wanneer het gebed die uitwerking heeft.
Als je van je ziekbed wordt opgericht.
In dankbare verwondering brengt het zo'n mens lofprijzend op de knieën.
Ja, wonderen gebeuren, want een krachtig gebed van een rechtvaardige vermag veel.
Veel, maar niet alles.
In deze zondige, gebroken wereld, blijven ziekte en dood heersen.
Daarbij komt dat het gelovig gebed God vrij laat in de wijze waarop Hij geneest.
Genezing in de zin van 'beter worden van je ziekte', kan ook uitblijven, ondanks vele gebeden.
Da's moeilijk genoeg en kost veelal ontzettend veel strijd, waarin vele vragen op je af kunnen komen, zoals:
is dan 'alles kan voor wie gelooft' een door de Bijbel gewekte valse hoop?
We voelen wel aan: dat kunnen we zo niet zeggen.
Behoudenis heeft namenlijk ook nog een andere betekenis: redding.
Alles kan voor wie gelooft, jazeker, Petrus werd gedragen door het gebed van de gemeente wat z'n uitwerking had in een wonderlijke bevrijding.
Maar Johannes, waarschijnlijk gedragen door evenveel gebeden, werd onthoofd.
Paulus, door God behouden om het Evangelie te verkondigen.
Stefanus, gestenigd voordat hij met z'n ambtswerk kon beginnen.
Alles kan voor wie gelooft, jazeker.
Maar niet alles is nuttig.
Hoe moeilijk dat ook kan zijn, we zullen de verhoring van onze gebeden toch aan God moeten overlaten.
Er kan ook genezing komen door de dood heen.
Johannes zegt: “Die de Zoon heeft, heeft het leven”.
Niets en niemand kan ons het leven afpakken.
Als het hier ten einde loopt, mag het bij God in heerlijkheid verder gaan.
En wie kan zeggen dat je daarmee slechter uit bent?
Natuurlijk is gezondheid een groot goed en iets om geweldig dankbaar voor te zijn.
We zullen straks in de voorbede daarom ook bidden voor hen die worstelen met hun lichamelijke-, geestelijke of psychische ziekte.
Maar, en dat mogen we ons best wel eens realiseren, gezondheid is niet hen één en al.
Er is iets wat er ver boven uit stijgt: “Wie de Zoon heeft, heeft het leven”.
Het gelovig gebed zal de zieke oprichten, dat betekent ook: doen opstaan uit de dood.
Dat is genezing door de dood heen.

Daarmee zeg ik, tot slot:
genezing is meer dan beterschap en herstel.
Genezing is niet alleen herstel na kanker, reuma of anorexia.
Genezing is ook: innerlijke vrede en diepe rust.
Genezing, misschien ook wel in de zin van heling van kapotte verhoudingen.
Genezing is vertrouwen dat God het goed doet zoals Hij het doet, ook met je ziekte, met je handicap, in je lijden, met je problemen.
Genezing is eeuwig heil na beleden zonden.
Alles kan, ja ook dat, voor wie gelooft.
Maar ook: wie gelooft zal niet alles willen omdat niet alles goed voor ons is.
Op het gebed schenkt de Here alles wat ontbreekt.
En wie weet er beter wat ons ontbreekt dan God zelf.
Richt je daarom in geloof op Hem alleen.
Hij zal in ALLES voorzien maar dan wel naar zijn welbehagen.
Alles kan voor wie gelooft.
Jazeker.
Wat een wonder!
Hallelujah!
AMEN